Rusland gebruikte in 1917 nog de juliaanse kalender, die toen dertien dagen achterliep. Daarom vond de ‘Oktoberrevolutie’ volgens onze kalender in november plaats. De bolsjewieken voerden in februari 1918 de gregoriaanse kalender in.
Oorzaken
- Autocratie. Tsaar Nicolaas II (regeerde 1894–1917) hield vast aan zijn absolute macht. Na de revolutie van 1905 stond hij een parlement toe, de Doema, maar hij beperkte de bevoegdheden ervan steeds weer.
- Sociale spanningen. De boeren, de grote meerderheid van de bevolking, hadden te weinig land. In de snel groeiende industriesteden werkten arbeiders lange dagen onder slechte omstandigheden.
- De Eerste Wereldoorlog. De oorlog kostte Rusland miljoenen doden, gewonden en gevangenen, ontwrichtte de voedselvoorziening en ondermijnde het gezag van de tsaar, die in 1915 zelf het opperbevel op zich nam.
- Revolutionaire ideeën. Socialistische partijen, waaronder de marxistische bolsjewieken van Lenin, hadden een netwerk van activisten opgebouwd dat in een crisis snel kon mobiliseren.
De Februarirevolutie
Eind februari 1917 (juliaans) liepen demonstraties tegen broodtekorten in Petrograd (Sint-Petersburg) uit op een algemene staking. Toen soldaten van het garnizoen weigerden op de menigte te schieten en zich bij de opstand aansloten, verloor de tsaar de controle. Op 2 maart (15 maart gregoriaans) deed Nicolaas II troonsafstand. Er ontstond een dubbele macht: een Voorlopige Regering van liberalen en gematigde socialisten, later geleid door Aleksandr Kerenski, en de Petrogradse Sovjet, een raad van arbeiders en soldaten.
Van februari naar oktober
De Voorlopige Regering voerde burgerrechten in, maar besloot de oorlog voort te zetten en de landkwestie uit te stellen tot een grondwetgevende vergadering. In april keerde Lenin met Duitse hulp uit ballingschap in Zwitserland terug. In zijn Aprilstellingen eiste hij ‘alle macht aan de sovjets’, vrede en land voor de boeren. Na een mislukte opstand in juli moest hij opnieuw vluchten, maar de mislukte staatsgreep van generaal Kornilov in augustus versterkte de bolsjewieken, die in september de meerderheid kregen in de Petrogradse Sovjet.
De Oktoberrevolutie
In de nacht van 24 op 25 oktober 1917 (juliaans) bezetten Rode Garde en soldaten onder leiding van het Militair-Revolutionair Comité van Trotski strategische punten in Petrograd. Het Winterpaleis, zetel van de Voorlopige Regering, werd in de nacht van 25 op 26 oktober ingenomen; Kerenski was al gevlucht. Een sovjetcongres keurde de machtsovername goed en nam decreten aan over vrede en over land. Lenin werd voorzitter van de nieuwe regering, de Raad van Volkscommissarissen.
Bij de verkiezingen voor de Grondwetgevende Vergadering in november 1917 behaalden de bolsjewieken ongeveer een kwart van de stemmen; de Sociaal-Revolutionairen werden de grootste partij. Toen de vergadering in januari 1918 bijeenkwam, lieten de bolsjewieken haar na één dag uiteenjagen.
Vrede en burgeroorlog
Met de Vrede van Brest-Litovsk (3 maart 1918) stapte Sovjet-Rusland uit de Eerste Wereldoorlog, tegen een hoge prijs: Polen, de Baltische gebieden, Finland en Oekraïne gingen verloren. Ondertussen brak een bloedige burgeroorlog uit tussen het door Trotski opgebouwde Rode Leger en een verzameling tegenstanders, de ‘Witten’, gesteund door buitenlandse interventietroepen. De geheime politie Tsjeka voerde de ‘Rode Terreur’ uit. In juli 1918 werden de tsaar en zijn gezin in Jekaterinenburg vermoord. Door gevechten, terreur, epidemieën en hongersnood kwamen in de burgeroorlog naar schatting zeven tot twaalf miljoen mensen om.
Gevolgen
De bolsjewieken wonnen de burgeroorlog en richtten in december 1922 de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken (Sovjet-Unie) op. Een eenpartijstaat werd gevestigd die na Lenins dood (1924) onder Stalin uitgroeide tot een totalitaire dictatuur. Wereldwijd inspireerde de revolutie communistische partijen, ook in Nederland, en zij werd een van de grondoorzaken van de ideologische tegenstelling die na 1945 uitmondde in de Koude Oorlog.
Historische interpretaties
In de Sovjet-geschiedschrijving gold oktober 1917 als een volksrevolutie die de wetten van de geschiedenis volgde. Westerse historici als Richard Pipes zagen haar vooral als een staatsgreep van een kleine, goed georganiseerde partij. Sociaalhistorici zoals Sheila Fitzpatrick en Orlando Figes (A People’s Tragedy) benadrukken dat de bolsjewieken in 1917 wel degelijk brede steun genoten onder arbeiders en soldaten, ook al grepen ze de macht met een gewapende actie.