Tijdsbestek
De moderne tijd wordt meestal in twee fasen verdeeld, naar een voorstel van de historicus Eric Hobsbawm: de lange negentiende eeuw (1789–1914) en de korte twintigste eeuw (1914–1991). De eerste begint met de Franse Revolutie en eindigt met de Eerste Wereldoorlog. De tweede begint met die oorlog en eindigt met de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Wat daarna komt — de jaren na 1991 — noemen sommigen postmodern, anderen het digitale tijdperk, weer anderen gewoon de hedendaagse geschiedenis. Geen van die termen is onomstreden.
De lange negentiende eeuw
Drie grote omwentelingen bepalen het ritme van de periode 1789–1914. De eerste is de dubbele revolutie: politiek in Frankrijk (1789) en industrieel in Groot-Brittannië (vanaf circa 1780). De Franse Revolutie zette het idee van burgerschap, grondwet en volkssoevereiniteit op scherp. Napoleon (1799–1815) verspreidde dat ideeëngoed militair over Europa; na zijn val probeerden de grote mogendheden het op het Congres van Wenen (1815) weer in te dammen, zonder dat het echt lukte.
De tweede is de industrialisatie. De stoommachine, spinmachines, spoorwegen en later elektriciteit, chemie en verbrandingsmotoren vormden samenlevingen ingrijpend om. Steden groeiden explosief, arbeidsomstandigheden werden een politieke kwestie, en een nieuwe arbeidersbeweging — coöperaties, vakbonden, socialistische partijen — kwam op. Karl Marx en Friedrich Engels formuleerden in Het Communistisch Manifest (1848) een analyse die de twintigste eeuw diep zou tekenen.
De derde is het imperialisme. Tussen 1870 en 1914 verdeelden Europese mogendheden Afrika en delen van Azië in kolonies; de Verenigde Staten en Japan volgden. Een wereldeconomie met telegraafkabels, stoomschepen, goudstandaard en massale migratie ontstond. Nationalisme — eerst bevrijdend, later agressief — werd de politieke hoofdtaal van de eeuw. Wetenschap bracht darwiniaanse biologie, Pasteurs microbiologie, Maxwells elektromagnetisme, en aan het einde van de eeuw Einsteins relativiteit (1905).
De korte twintigste eeuw
De Eerste Wereldoorlog (1914–1918) eindigde de negentiende-eeuwse orde. Vier keizerrijken — het Duitse, Oostenrijkse, Russische en Ottomaanse — vielen weg. In Rusland greep de bolsjewiki-revolutie van 1917 macht; uit die omwenteling groeide de Sovjet-Unie. De Vrede van Versailles (1919) stichtte geen houdbare orde; economische crisis (1929) en de opkomst van nazi-Duitsland, fascistisch Italië, militaristisch Japan en stalinistisch Rusland leidden tot de Tweede Wereldoorlog (1939–1945) — de dodelijkste oorlog uit de geschiedenis, met zo'n zestig miljoen doden, de Holocaust en de atoombom op Hirosjima en Nagasaki.
Na 1945 leek de wereld bipolair: de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie stonden vier decennia tegenover elkaar in de Koude Oorlog, met proxy-oorlogen in Korea, Vietnam, Afghanistan en elders. Tegelijkertijd ontmantelden de Europese mogendheden hun koloniale imperia. Tussen 1947 (India en Pakistan) en midden jaren zeventig werd vrijwel geheel Azië en Afrika onafhankelijk. In Westerse landen werd de verzorgingsstaat opgebouwd — sociale zekerheid, volksgezondheid, onderwijs. Europa zocht herstel via integratie (EGKS 1951, EEG 1957, uiteindelijk EU).
In 1989 viel de Berlijnse Muur; eind 1991 hield de Sovjet-Unie op te bestaan. Daarmee sluit Hobsbawms korte eeuw. Tegelijkertijd kwam er een ander, meer onderhuids hoofdstuk af: de klimaatverandering, sinds de jaren zestig door wetenschappers gesignaleerd en sinds de jaren negentig (Rio 1992, Kyoto 1997) agendapunt in de wereldpolitiek.
Na 1991
De decennia na 1991 worden gekenmerkt door versneld globalisering, de opkomst van China als economische grootmacht, de Europese uitbreiding richting Midden-Europa, het internet als algemene infrastructuur (vanaf circa 1995), en nieuwe vormen van geweld — van de aanslagen van 11 september 2001 tot oorlogen in Irak, Syrië en Oekraïne. Het idee uit de jaren negentig van een vanzelfsprekende zegetocht van liberale democratie is sindsdien ingewikkelder geworden, met de opkomst van autoritaire regimes en binnenlandse polarisatie in veel democratieën. De coronapandemie van 2020–2022 toonde tegelijk hoe vervlochten en hoe kwetsbaar de wereldeconomie inmiddels was.
Belangrijke gebeurtenissen
- 1789–1799Franse Revolutie.
- 1815Slag bij Waterloo; Congres van Wenen.
- 1848Revolutiejaar in Europa; Communistisch Manifest.
- 1861–1865Amerikaanse Burgeroorlog.
- 1914–1918Eerste Wereldoorlog.
- 1917Russische Revolutie.
- 1929Beurskrach op Wall Street, begin van de Grote Depressie.
- 1939–1945Tweede Wereldoorlog; Holocaust; atoombom.
- 1945Oprichting Verenigde Naties.
- 1947Onafhankelijkheid van India en Pakistan.
- 1957Verdrag van Rome: oprichting EEG.
- 1989Val van de Berlijnse Muur.
- 1991Einde van de Sovjet-Unie.
- 2001Aanslagen 11 september, Verenigde Staten.
- 2008Wereldwijde financiële crisis.
- 2020–2022COVID-19-pandemie.
Sleutelfiguren
- Napoleon Bonaparte (1769–1821).
- Otto von Bismarck (1815–1898), architect van Duitse eenwording.
- Karl Marx (1818–1883).
- Abraham Lincoln (1809–1865), president tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog.
- Vladimir Lenin (1870–1924) en Jozef Stalin (1878–1953).
- Mohandas Gandhi (1869–1948), Indiase onafhankelijkheidsleider.
- Winston Churchill (1874–1965) en Franklin D. Roosevelt (1882–1945).
- Adolf Hitler (1889–1945) — verantwoordelijk voor de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust.
- Mao Zedong (1893–1976).
- Nelson Mandela (1918–2013), leider tegen apartheid in Zuid-Afrika.
- Michail Gorbatsjov (1931–2022), laatste leider van de Sovjet-Unie.
Cultuur en denken
Cultureel verschuift de negentiende eeuw van romantiek (Goethe, Beethoven, de Engelse landschapsschilders) via realisme (Courbet, Dickens, Tolstoj) naar impressionisme en symbolisme. De twintigste eeuw brengt radicale vernieuwing: modernisme in literatuur (Joyce, Woolf, Kafka), atonale muziek (Schönberg, Stravinsky), kubisme en abstracte kunst (Picasso, Mondriaan), massamedia, film en later televisie.
In de wetenschap vielen grondslagen opnieuw: de relativiteitstheorie en kwantummechanica herformuleerden natuurkunde; DNA (Watson en Crick, 1953) en later de volledige sequencing van het menselijk genoom (2003) maakten biologie een informatiewetenschap. De digitale computer ontstond uit oorlogslaboratoria (Turing, Von Neumann) en werd consumentenproduct. Sinds de jaren twintig van de eenentwintigste eeuw is daar een nieuwe fase bijgekomen: kunstmatige intelligentie als bruikbare technologie voor dagelijks werk.
Politiek-filosofisch gezien zijn democratie, mensenrechten en rechtsstaat de belangrijkste winst van de eeuw — én de meest kwetsbare. De ervaring van totalitarisme heeft een reeks denkers gevormd die ook nu nog wordt gelezen: Hannah Arendt, Karl Popper, Isaiah Berlin, George Orwell.
Verder lezen
Voor de Nederlandse negentiende en twintigste eeuw — Bataafse tijd, Koninkrijk, twee wereldoorlogen, naoorlogse reconstructie, multiculturele samenleving — zie Nederlandse geschiedenis. Voor het fundament waarop deze tijd bouwt (Verlichting, Amerikaanse en Franse Revolutie) zie vroegmoderne tijd.
Aanbevolen Nederlandstalige werken: Welvaart en welbevinden en andere studies van Piet de Rooy; J.C.H. Blom en E. Lamberts (red.), Geschiedenis van de Nederlanden; De eeuw van mijn vader van Geert Mak (toegankelijke inleiding tot de twintigste eeuw in Nederland); Ian Kershaws tweeluik over Hitler en To Hell and Back in Nederlandse vertaling; Tony Judt, Na de oorlog, over Europa sinds 1945.