Oorzaken
De oorlog kwam niet uit de lucht vallen. Vier langjarige factoren worden meestal genoemd. Militarisme: de zogenoemde Dreadnought-wedloop tussen het Duitse en Britse marine en de algemene opbouw van massalegers. Bondgenootschappen: Duitsland met Oostenrijk-Hongarije en Italië in de Triple Alliantie, Frankrijk en Rusland met Groot-Brittannië in de Triple Entente, plus kleinere verdragen (Frans-Russisch, Servisch-Russisch). Imperialisme: de verdeling van Afrika en Azië had al koloniale spanningen veroorzaakt (Marokko-crises, Russisch-Japanse en Russisch-Britse rivaliteit). Nationalisme: op de Balkan verzwakte het Ottomaanse Rijk, waardoor Servië en Rusland invloed wilden uitbreiden ten koste van Oostenrijk-Hongarije.
De directe aanleiding was de moord op aartshertog Frans Ferdinand en zijn vrouw Sophie in Sarajevo op 28 juni 1914 door de Bosnische Serviër Gavrilo Princip. In de vijf weken daarna escaleerden Oostenrijks-Hongaars ultimatum, Servische reactie, Russische mobilisatie, Duits oorlogsverklaring aan Rusland en Frankrijk, Duitse inval in neutraal België en Britse oorlogsverklaring aan Duitsland.
Westfront
Het Duitse oorlogsplan — het zogenaamde Schlieffenplan in gewijzigde vorm — ging uit van een snelle nederlaag van Frankrijk via België voordat Rusland volledig gemobiliseerd was. Het strandde in september 1914 bij de Marne. Daarna groef het Duitse, Franse en Britse leger zich in van de Noordzee tot de Zwitserse grens — honderden kilometers loopgraven die tot 1918 grotendeels op hun plek bleven. Een reeks offensieven — Verdun en de Somme (1916), Nivelle-offensief en Passchendaele (1917) — kostte miljoenen slachtoffers zonder doorbraak. Mitrailleur, artillerie, prikkeldraad en vanaf 1915 gifgas maakten het verdedigen structureel sterker dan het aanvallen. In 1916 werden voor het eerst tanks ingezet bij de Somme; in 1917–1918 kregen ze militaire betekenis.
Oostfront en andere fronten
Op het oostfront was de oorlog bewegelijker: enorme veldslagen bij Tannenberg (1914), Masurische Meren, Przemysl, Gorlice-Tarnów. Rusland leed zware verliezen; de tsaristische staat brak onder de druk. In februari 1917 viel het regime, in oktober grepen de bolsjewiki macht; in maart 1918 tekende Sovjet-Rusland bij Brest-Litovsk een pijnlijke aparte vrede met Duitsland. Italië had zich in 1915 bij de Entente aangesloten; de gevechten in de Dolomieten en bij de Isonzo waren eindeloos kostbaar. In het Ottomaanse Rijk waren de Dardanellen-campagne (Gallipoli, 1915) een Entente-mislukking; in Mesopotamië, Palestina en Arabië (T.E. Lawrence) boekten Britten en hun bondgenoten meer succes. Ook op zee, in Afrika en in de koloniën werd gevochten.
Totale oorlog
De oorlog was de eerste echt totale oorlog van de industriële eeuw. Economieën werden gecentraliseerd, vrouwen kregen massaal betaald werk in fabrieken en administratie, regeringen namen controle over productie, voedseldistributie (rantsoenering) en propaganda. De Britse blokkade verzwakte de voedselvoorziening van de Centralen; Duitsland reageerde met onbeperkte duikbootoorlog, die in april 1917 mede leidde tot de Amerikaanse oorlogsverklaring. De instroom van Amerikaanse troepen en materieel vanaf 1917 veranderde de machtsverhouding op het westfront definitief.
Einde
Tussen maart en juli 1918 lanceerde Duitsland met uit het oosten vrijgekomen troepen het Ludendorff-offensief; het bracht nog één keer doorbraken, maar raakte strategisch uitgeput. Vanaf augustus (slag bij Amiens) voerde de Entente een rollende offensief. De Oostenrijks-Hongaarse monarchie viel uiteen, Bulgarije en de Ottomanen sloten wapenstilstanden, Duitsland onderhandelde. Op 11 november 1918 om 11 uur trad de wapenstilstand van Compiègne in werking. Keizer Wilhelm II vluchtte naar Nederland.
Nasleep: Versailles
De Vredesconferentie van Parijs (1919) sloot vijf verdragen. Het Verdrag van Versailles (28 juni 1919) met Duitsland bepaalde territoriale verliezen (Elzas-Lotharingen, Danzigcorridor, koloniën), ontwapening tot 100.000 man leger, de zogenoemde oorlogsschuld (artikel 231) en herstelbetalingen. Het Ottomaanse Rijk werd in opvolgstaten en mandaatgebieden opgesplitst. Uit Oostenrijk-Hongarije ontstonden Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië; Polen herrees. De Volkenbond werd opgericht, zonder lidmaatschap van de Verenigde Staten. Over de vraag of Versailles te hard of te slap was debatteren historici al een eeuw; veel onderzoekers benadrukken dat vooral de onbalans tussen strenge bepalingen en zwakke handhaving problematisch was.
Nederland in de oorlog
Nederland bleef neutraal. De mobilisatie van het veldleger, toestroom van Belgische vluchtelingen (bijna een miljoen na de val van Antwerpen in oktober 1914), voedselrantsoenering, spionage-affaires, de duikbotenoorlog en de economische blokkade beïnvloedden het dagelijks leven diep. Vorming van de SDAP, uitbouw van het vakbondswezen en de invoering van algemeen mannenkiesrecht (1917) en actief vrouwenkiesrecht (1919) hingen mede samen met deze oorlogsjaren.
Nalatenschap
De oorlog beëindigde vier keizerrijken (Duits, Russisch, Oostenrijks-Hongaars, Ottomaans), herschikte de landkaart van Centraal- en Oost-Europa en het Midden-Oosten (Sykes-Picot, Balfour-verklaring), radicaliseerde de politiek (opkomst van bolsjewisme en fascisme) en veranderde cultuur grondig: het traumatische karakter van de oorlog is zichtbaar in schrijvers als Remarque, Owen, Sassoon en in schilderkunst, film en monumenten. In vrijwel elk West-Europees dorp staat nog een monument met namen van gesneuvelden. De Tweede Wereldoorlog staat niet los van de onopgeloste erfenis van 1918; zie Tweede Wereldoorlog.
Verwant
Voor het bredere tijdvak zie Moderne tijd; voor Nederland in dezelfde periode Nederlandse geschiedenis; voor de daaropvolgende ideologische strijd Koude Oorlog.