Oudheid

Van de eerste steden in het tweestromenland tot de val van het West-Romeinse Rijk: een tijdperk van drieduizend jaar waarin schrift, stad, wetgeving en filosofie hun vroegste vormen kregen.

Tijdsbestek:
ca. 3000 v.Chr. – ca. 500 n.Chr.
Kerngebieden:
Mesopotamië, Egypte, Levant, Perzië, Griekenland, Italië, Noord-Afrika
Sleutelbegrippen:
spijkerschrift, polis, republiek, keizerrijk, polytheïsme, monotheïsme

Tijdsbestek en afbakening

Onder de oudheid verstaan historici doorgaans de periode tussen het ontstaan van schrift, rond 3200 v.Chr. in Sumerië, en de afzetting van de laatste West-Romeinse keizer Romulus Augustulus in 476 n.Chr. De grens aan de achterkant is pragmatisch: het West-Romeinse Rijk viel niet op één dag uiteen, en in het Oosten bleef de Romeinse staat als Byzantijns rijk nog duizend jaar bestaan. Ook aan de voorkant is de grens poreus. De eerste stad, Uruk, bestond al voordat er getekst werd, en de overgang van prehistorie naar geschiedenis is een kwestie van documentatie, niet van wezenlijke breuk.

Binnen de oudheid onderscheiden historici gewoonlijk de vroege oudheid (tot circa 1200 v.Chr.), de klassieke oudheid (ruwweg 800 v.Chr. tot 300 n.Chr.) en de late oudheid (circa 300 tot 700 n.Chr.). Die laatste fase, waarin christendom, islam en Germaanse koninkrijken hun plek vonden, wordt tegenwoordig vaak als eigen periode gezien — een scharnier tussen oudheid en middeleeuwen.

Algemene kenmerken

Vier verschuivingen maken de oudheid tot een eigen tijdperk. De eerste is de stedelijke revolutie: voor het eerst leefden duizenden mensen op één plek, niet als verwanten maar als vreemden die afhankelijk waren van ambtenaren, priesters en markten. De tweede is de uitvinding van schrift, los ontstaan in Mesopotamië, Egypte, China en Mesoamerika. Schrift maakte boekhouding, wet en literatuur mogelijk, en daarmee ook geschiedschrijving.

De derde is de opkomst van grote territoriale rijken — Akkadisch, Egyptisch, Perzisch, Macedonisch, Romeins, Han-Chinees — die steeds groter werden naarmate wegen, munten en bureaucratieën hen droegen. De vierde is de ontwikkeling van doordachte levensbeschouwingen: het boeddhisme, de Chinese wijsgerige scholen, de Griekse filosofie, het jodendom, het christendom. Het zijn denksystemen die vragen over goed leven, rechtvaardigheid en kennis voor het eerst systematisch stellen.

De grote beschavingen

Mesopotamië

Tussen Eufraat en Tigris ontstonden in het vierde millennium v.Chr. de eerste echte steden. Sumerische stadstaten als Uruk, Ur en Lagasj kenden tempelcomplexen, irrigatie en spijkerschrift op kleitabletten. Latere rijken — Akkad onder Sargon, Babylonië onder Hammurabi, Assyrië, het Nieuw-Babylonische Rijk — bouwden hierop voort. De Codex van Hammurabi (ca. 1754 v.Chr.) is een vroege systematische wetscode; het Gilgamesj-epos behoort tot de oudste literaire werken die we kennen.

Oud-Egypte

Rond 3100 v.Chr. verenigden Boven- en Beneden-Egypte zich onder één farao. Drieduizend jaar lang bleef het land een uitzonderlijk stabiele staat, gedragen door de Nijl en een hoogopgeleid ambtenarenapparaat. De Oude, Middenrijk- en Nieuwe Rijk-periodes (met tussenin perioden van opsplitsing) leverden piramides, hieroglifische teksten, medische papyri en de tempelsteden Karnak en Luxor. Egypte werd later provincie onder de Perzen, de Macedoniërs (Ptolemaeën) en Rome.

Griekenland

Na de Myceense paleiscultuur (tot circa 1200 v.Chr.) en een donkere periode bloeide vanaf de achtste eeuw v.Chr. de Griekse polis: een zelfstandige stadstaat met burgers die mee wilden beslissen. Athene ontwikkelde een directe democratie voor vrije mannen, Sparta een militaire aristocratie. De vijfde en vierde eeuw v.Chr. — van de Perzische Oorlogen tot Alexander de Grote — brachten een ongekende dichtheid aan filosofie (Socrates, Plato, Aristoteles), drama (Aeschylus, Sophocles, Euripides), geschiedschrijving (Herodotus, Thucydides) en wiskunde (Euclides, Pythagoras). Na Alexander verspreidde de hellenistische cultuur zich tot in India en Egypte.

Rome

Volgens de traditie werd Rome in 753 v.Chr. gesticht. Na een koningstijd werd het in 509 v.Chr. republiek en groeide het in enkele eeuwen van stadstaat tot mediterraan rijk. Burgeroorlogen in de eerste eeuw v.Chr. eindigden met Augustus, de eerste keizer (27 v.Chr.). Het Romeinse Rijk bereikte rond 117 n.Chr. zijn grootste omvang onder Trajanus. Een netwerk van wegen, steden, waterleidingen en recht bond Britannia, Gallië, Noord-Afrika, Klein-Azië en het Nabije Oosten aan elkaar. Vanaf de derde eeuw begonnen militaire druk, economische krimp en migratiebewegingen het rijk te ondermijnen; in 395 splitste het definitief in een westelijk en oostelijk deel.

Andere centra

Tegelijkertijd bloeide China onder de Han-dynastie (206 v.Chr. – 220 n.Chr.), ontstond in India het Maurya-rijk (vanaf 322 v.Chr.) met keizer Asjoka als boeddhistisch koning, en kende de Andeswereld een reeks culturen — Chavín, Nazca, Moche — die ver voorafgingen aan de Inca's. Deze beschavingen stonden deels via karavaanroutes en zeehandel met elkaar in contact, maar bleven in hoofdzaak eigen werelden.

Belangrijke gebeurtenissen

  • ca. 3200 v.Chr.Uitvinding van het spijkerschrift in Sumerië.
  • ca. 1754 v.Chr.Codex van Hammurabi opgesteld in Babylon.
  • 776 v.Chr.Eerste Olympische Spelen volgens de overlevering.
  • 509 v.Chr.Begin van de Romeinse Republiek.
  • 490 en 480 v.Chr.Perzische Oorlogen: slagen bij Marathon en Salamis.
  • 336–323 v.Chr.Veldtochten van Alexander de Grote.
  • 27 v.Chr.Augustus wordt eerste Romeinse keizer.
  • 70 n.Chr.Verwoesting van de Tempel in Jeruzalem.
  • 313Edict van Milaan — godsdienstvrijheid voor christenen.
  • 476Afzetting van Romulus Augustulus — einde van het West-Romeinse Rijk.

Sleutelfiguren

Enkele namen keren onvermijdelijk terug wanneer over de oudheid wordt geschreven:

  • Hammurabi (ca. 1810–1750 v.Chr.), koning van Babylon, bekend om zijn wetscode.
  • Ramses II (ca. 1303–1213 v.Chr.), farao tijdens het Nieuwe Rijk, monumentenbouwer.
  • Socrates, Plato en Aristoteles — drie generaties filosofen uit Athene, vijfde en vierde eeuw v.Chr.
  • Alexander de Grote (356–323 v.Chr.), Macedonische koning die een rijk van de Balkan tot de Indus schiep.
  • Julius Caesar (100–44 v.Chr.), generaal en dictator wiens moord de weg effende voor het keizerrijk.
  • Augustus (63 v.Chr. – 14 n.Chr.), grondlegger van het principaat.
  • Jezus van Nazareth (ca. 4 v.Chr. – ca. 30 n.Chr.), wiens leer de basis vormde voor het christendom.
  • Constantijn de Grote (ca. 272–337), keizer die het christendom tolereerde en Constantinopel stichtte.

Cultuur en denken

Veel wat wij vanzelfsprekend vinden in het westerse denken werd in de oudheid geformuleerd: de idee van rechtvaardigheid als regel, niet als willekeur; het onderscheid tussen natuurwet en menselijke wet; de overtuiging dat de wereld kenbaar is via waarneming en redenering. De Griekse filosofie stelde vragen over het goede leven en de bronnen van kennis; de Romeinse juristen ontwikkelden een begrippenapparaat dat tot op heden in het civiele recht doorwerkt.

De religieuze wereld was overwegend polytheïstisch, met plaatselijke goden en rituele gemeenschappen. Opvallend is het ontstaan en succes van monotheïstische stromingen in deze periode. Het jodendom bleef een relatief klein volk met een uitzonderlijk sterke schriftelijke traditie. Het christendom verspreidde zich vanuit het Romeinse oosten en werd in de vierde eeuw staatsgodsdienst. Ook de Perzische zoroastrische traditie en het Indiase boeddhisme breidden zich buiten hun kerngebied uit.

Verder lezen

De overgang van oudheid naar vroege middeleeuwen loopt verder op de pagina over de middeleeuwen. Voor het oudste deel van de Nederlandse geschiedenis — Romeinen aan de Rijn, volksverhuizingen, vroege kerstening — zie het overzicht Nederlandse geschiedenis.

Klassieke inleidingen in het Nederlands zijn onder meer De oudheid van F.R. Kramer (in herdrukken nog bruikbaar), Een kennismaking met de oude wereld van L. de Blois en R.J. van der Spek, en de Nederlandse vertalingen van Herodotus, Thucydides, Livius en Tacitus bij uitgeverijen als Athenaeum en Historische Uitgeverij. Voor primaire bronnen in het Engels blijft het Loeb Classical Library het standaardwerk.