Koude Oorlog

Bijna een halve eeuw geopolitieke en ideologische rivaliteit tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, zonder rechtstreeks oorlogsconflict maar met verstrekkende gevolgen op vrijwel elk continent.

Periode:
1947 (Trumandoctrine) – 1991 (einde Sovjet-Unie)
Partijen:
Verenigde Staten en NAVO-bondgenoten (1949) vs. Sovjet-Unie en Warschaupact (1955)
Kernbegrippen:
containment, détente, wederzijds verzekerde vernietiging (MAD), Non-aligned Movement

Ontstaan

De alliantie uit de Tweede Wereldoorlog hield niet lang stand. Al in 1945, nog tijdens de conferentie van Potsdam, werden verschillen over de orde in Midden-Europa zichtbaar. In 1946 sprak Churchill van een IJzeren Gordijn dat Europa doorkliefde. In 1947 formuleerde de Amerikaanse president Truman de doctrine dat de Verenigde Staten vrije volkeren zou steunen tegen gewapende minderheden of buitenlandse druk; de Marshall-hulp en de communistische machtsovername in Praag (1948) tekenden de scheidslijn. In 1948–1949 werd Berlijn via een luchtbrug bevoorraad tegen een Sovjet-blokkade. De oprichting van de NAVO in april 1949, de Sovjet-kernproef van augustus 1949, de uitroeping van de Volksrepubliek China in oktober 1949 en het uitbreken van de Koreaanse Oorlog in 1950 maakten de Koude Oorlog een mondiaal systeem.

Fasen

1947–1962: vroege fase

Kenmerkend: de containment-strategie van de VS, de terreur en de dooi binnen het Oostblok (Stalins dood 1953, de Chroesjtsjov-toespraak van 1956, Hongaarse opstand, Suezcrisis datzelfde jaar), de bouw van de Berlijnse Muur (augustus 1961) en de Cubacrisis (oktober 1962), het moment waarop de wereld dichter bij kernoorlog stond dan ooit. In datzelfde tijdvak werd de wapenwedloop geïnstitutionaliseerd; de VS plaatsten Jupiter-raketten in Turkije en Italië, de Sovjets raketten op Cuba — de daaropvolgende compromisoplossing (stille terugtrekking van Jupiters in ruil voor Cuba-terugtrekking) bleef jarenlang grotendeels onbekend.

1962–1979: détente en proxy-oorlogen

Na de Cubacrisis begonnen beide blokken voorzichtig aan ontspanning. De "hot line" Washington–Moskou, de Partial Test Ban Treaty (1963), het Non-Proliferation Treaty (1968) en de SALT I- en ABM-verdragen (1972) beperkten — zonder te beëindigen — de wapenwedloop. Tegelijk werden koude oorlog en dekolonisatie met elkaar verweven: proxy-oorlogen in Vietnam (tot 1975), Angola, Mozambique, Ethiopië, Nicaragua. De Conferentie van Helsinki (1975) erkende Europese grenzen maar verplichtte ook mensenrechten — een paragraaf die dissidenten in Moskou, Praag en Warschau als hefboom benutten.

1979–1985: tweede Koude Oorlog

De Sovjet-invasie in Afghanistan (december 1979), de plaatsing van kernraketten in Europa door beide zijden (SS-20 en Pershing II / kruisraketten) en de uitgesproken anti-communistische agenda van Ronald Reagan (vanaf 1981) deden de spanning oplopen. Grote protestbewegingen in West-Europa — onder meer in Nederland, waar in 1983 in Den Haag 550.000 mensen demonstreerden — kwamen tegen kruisraketten in het geweer. Het neerhalen van Koreaanse Flight 007 (1983) en de oefening Able Archer datzelfde jaar brachten de wereld opnieuw op het randje.

1985–1991: einde

Met Michail Gorbatsjov (vanaf maart 1985) kwam een Sovjetleider met een hervormings­programma — glasnost (openheid) en perestrojka (herstructurering). Het INF-verdrag (1987) schrapte een hele categorie kernraketten. De terugtrekking uit Afghanistan (1988–1989) en vooral de beslissing om in 1989 niet militair in te grijpen in de omwentelingen in Polen, Hongarije, Oost-Duitsland, Tsjecho-Slowakije, Bulgarije en Roemenië ontmantelden feitelijk het Sovjetimperium in Midden-Europa. Op 9 november 1989 viel de Berlijnse Muur; in oktober 1990 werd Duitsland herenigd; in december 1991 hield de Sovjet-Unie op te bestaan en werden vijftien nieuwe staten onafhankelijk.

Ideologie en cultuur

De Koude Oorlog was niet alleen geopolitiek; ook cultureel was de tegenstelling zichtbaar. Propaganda, radio (Voice of America, Radio Free Europe, Radio Moscow), Olympische Spelen met duidelijke medaillestrijd, ruimterace (Spoetnik 1957, Gagarin 1961, Apollo 11 in 1969), sciencefiction en literatuur — Orwells 1984, Solzjenitsyns Goelag-Archipel, Kundera's De ondraaglijke lichtheid van het bestaan — dragen allemaal haar signatuur. In het Westen werden ex-communistische intellectuelen invloedrijke critici van totalitarisme (Arendt, Koestler, Milosz); in het Oosten ondergrondse samizdat-tradities hielden kritische stemmen levend.

Nederland

Nederland was een overtuigd NAVO-lid en gastland voor onder meer het Internationaal Gerechtshof, Europol en Eurojust. De plaatsing van kruisraketten (1985) verdeelde het land; het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) met zijn leuze Help de kernwapens de wereld uit, om te beginnen uit Nederland mobiliseerde honderdduizenden. Tegelijkertijd droeg het land bij aan NAVO-oefeningen, hield het een groot krijgsmachtcontingent in Duitsland en was het cruciaal voor inlichtingen via de haven van Rotterdam en de militaire havens van Den Helder.

Nasleep

Na 1991 werd verondersteld dat liberale democratie en markteconomie in een onstuitbare zegetocht waren geraakt — Francis Fukuyama's The End of History? (1989/1992). Die lezing is sindsdien sterk bijgesteld. De uitbreiding van de NAVO en EU naar het oosten, de opkomst van China, de oorlogen in Joegoslavië (1991–1999), de terugkeer van Rusland als autoritaire macht en de oorlog in Oekraïne (vanaf 2014, escalatie 2022) laten zien dat de post-Koude Oorlog-orde ingewikkelder is dan de jaren negentig suggereerden.

Verwant

Voor de directe voorgeschiedenis zie Tweede Wereldoorlog; voor het bredere tijdvak Moderne tijd; voor de Nederlandse publieke politiek in deze jaren Nederlandse geschiedenis.