Schrikbewind (la Terreur)

Tussen 1793 en de zomer van 1794 regeerde het revolutionaire Frankrijk met uitzonderingswetten, revolutionaire rechtbanken en de guillotine. Hoe kon een revolutie die begon met mensenrechten uitmonden in terreur?

Periode:
september 1793 – 27 juli 1794 (9 thermidor jaar II)
Centrale organen:
Comité de salut public (Comité van Openbare Veiligheid), Comité de sûreté générale, Revolutionair Tribunaal
Bekendste figuren:
Maximilien Robespierre, Louis Antoine de Saint-Just, Georges Danton (slachtoffer)
Officiële doodvonnissen:
ca. 16.600 (schatting van Donald Greer, 1935)

Wat was het schrikbewind?

Het schrikbewind — in het Frans la Terreur — is de fase van de Franse Revolutie waarin de revolutionaire regering met uitzonderingsmaatregelen en massale vervolging de Republiek probeerde te redden van buitenlandse vijanden, burgeroorlog en interne ‘verraders’. Meestal wordt het begin gelegd in september 1793, toen de Nationale Conventie onder druk van de Parijse sansculotten de terreur ‘op de agenda’ zette, en het einde op 27 juli 1794, toen Robespierre werd gearresteerd.

Oorzaken: waarom radicaliseerde de Revolutie?

De Terreur was geen plan van één man, maar het resultaat van een opeenstapeling van crises in 1792–1793:

  • Oorlog. Frankrijk was sinds april 1792 in oorlog met Oostenrijk en Pruisen, en na de executie van Lodewijk XVI (januari 1793) ook met Groot-Brittannië, de Republiek der Nederlanden en Spanje. In het voorjaar van 1793 leden de Franse legers zware nederlagen.
  • Burgeroorlog. In maart 1793 brak in de Vendée een royalistische en katholieke opstand uit tegen de dienstplicht; in de zomer kwamen ook steden als Lyon, Marseille en Toulon in verzet (de ‘federalistische’ opstanden).
  • Economische nood. Het papiergeld (assignats) verloor snel zijn waarde, voedsel was duur en schaars, en de Parijse sansculotten eisten prijsbeheersing en hard optreden tegen ‘woekeraars’.
  • Politieke strijd. In juni 1793 dwongen sansculotten en de radicale jakobijnen (de ‘Bergpartij’) de arrestatie af van de leiders van de gematigder girondijnen. Wie de Revolutie niet steunde, werd steeds vaker als vijand gezien.

Hoe werkte het schrikbewind?

De macht lag bij het Comité de salut public, opgericht in april 1793, waarin Robespierre in juli 1793 zitting nam. Het comité stuurde ministers, legers en représentants en mission in de provincie aan. Belangrijke maatregelen waren:

  • de levée en masse (augustus 1793): massale mobilisatie van ongehuwde mannen voor het leger;
  • de Wet op de verdachten (loi des suspects, 17 september 1793), waardoor iedereen die als tegenstander van de Revolutie gold kon worden opgepakt;
  • het algemeen maximum (september 1793): maximumprijzen voor levensmiddelen en maximumlonen;
  • de verklaring dat de regering ‘revolutionair tot de vrede’ zou zijn (10 oktober 1793), waarmee de nieuwe grondwet van 1793 werd opgeschort;
  • het Revolutionair Tribunaal in Parijs, dat processen voerde met steeds minder rechtswaarborgen; de wet van 22 prairial (10 juni 1794) schafte verdediging en getuigenverhoor feitelijk af. In de anderhalve maand daarna werden in Parijs meer mensen terechtgesteld dan in het hele jaar daarvoor (de ‘Grote Terreur’).

Daarnaast liep een campagne van ontkerstening: kerken werden gesloten, priesters vervolgd en een revolutionaire kalender ingevoerd (oktober 1793). Robespierre zelf stelde in juni 1794 een deïstische ‘Cultus van het Opperwezen’ in.

Slachtoffers

Bekende slachtoffers waren koningin Marie-Antoinette (16 oktober 1793), de girondijnse leiders (31 oktober 1793), schrijfster Olympe de Gouges en scheikundige Antoine Lavoisier. Ook revolutionairen gingen eraan: de radicale hébertisten in maart 1794 en Georges Danton en zijn medestanders, die matiging bepleitten, op 5 april 1794.

Het klassieke cijfer komt van de Amerikaanse historicus Donald Greer: ongeveer 16.600 officiële doodvonnissen, vooral in de opstandige gebieden (Vendée, Lyon, Toulon) en in Parijs. Daarnaast stierven naar schatting ongeveer 10.000 mensen in gevangenschap, en er volgden executies zonder proces, zoals de verdrinkingen in de Loire bij Nantes. De oorlog in de Vendée kostte in totaal ruim honderdduizend mensen het leven; schattingen lopen uiteen. Volgens de meeste schattingen werden zo’n 300.000 tot 500.000 mensen als verdachte gearresteerd. Opvallend is dat slechts een minderheid van de slachtoffers van adel of geestelijkheid was: de meeste geëxecuteerden waren boeren, ambachtslieden en burgers.

Het einde: Thermidor

In de zomer van 1794 verdween de reden die de Terreur leek te rechtvaardigen: de Franse legers wonnen (slag bij Fleurus, 26 juni 1794). Tegelijk voelden veel leden van de Conventie zich bedreigd door Robespierres toespraken over nieuwe ‘verraders’. Op 9 thermidor jaar II (27 juli 1794) lieten ze hem arresteren; de volgende dag werden hij, Saint-Just, Couthon en anderen zonder proces onthoofd. In de periode daarna, de thermidoriaanse reactie, werd de jakobijnenclub gesloten en kwam in 1795 het Directoire aan de macht.

Hoe beoordelen historici de Terreur?

Over de verklaring van de Terreur verschillen historici al lang van mening. Een oudere interpretatie (onder meer Albert Mathiez) zag haar vooral als noodmaatregel van een belegerde republiek: oorlog en burgeroorlog dwongen tot hard optreden. François Furet en andere revisionisten legden juist de nadruk op de revolutionaire ideologie zelf, die geen legitieme oppositie kende en tegenstanders tot vijanden van het volk maakte. Recent onderzoek, zoals dat van Timothy Tackett, benadrukt de rol van angst, wantrouwen en complotdenken onder de revolutionairen. De meeste historici combineren die verklaringen.

Het woord ‘terreur’ zelf kreeg hier zijn politieke betekenis: het Engelse terrorism werd voor het eerst gebruikt voor het bewind van de jakobijnen.